Damnation

Damnation

Terug naar UITagenda

De neerslachtige Karrer leeft zijn leven in afzondering van de rest van de wereld. Hij brengt zijn dagen door in de immer neervallende regen, kijkend naar vrachtwagens die langzaam in de verte verdwijnen. Karrer eindigt elke dag in de Titanic Bar waar hij een oogje heeft laten vallen op een zangeres. Hij is niet in staat een manier te vinden om haar te versieren, en stuurt uiteindelijk haar man voor een paar dagen op pad voor een dubieuze smokkeltrip.

Regisseur Béla Tarr maakte met Damnation een ongrijpbare, melancholieke film over het naderende einde van het communisme. Het ontbreken van kleuren verleent deze existentiële parabel over wanhoop een bijna abstracte schoonheid te midden van regen, modder en huilende honden. Soms is er een glimp van gelukzaligheid, als de drank vloeit, een orkestje viool, klarinet en drums laat klinken en de barbezoekers zich verliezen in een dronken dans.

Onder toeziend oog van Béla Tarr vertonen we de gloednieuwe restauratie.

Bijzonderheden
Ter gelegenheid van de restauraties van Damnation (1988), Sátántangó (1994) en Werckmeister Harmóniák (2000) vertonen we in een retrospectief de drie films van de Hongaarse regisseur Béla Tarr.

Op zestienjarige leeftijd begon Béla Tarr al met het maken van films, veelal naturalistische en geëngageerde sociale drama's en documentaires. Na zijn opleiding aan de filmacademie in Boedapest ontwikkelde hij een eigenzinnige en invloedrijke stijl. Sinds Damnation kenmerken Tarrs films zich door lange ‘takes’ en weinig montage, doorgaans opgenomen in adembenemend zwart-wit. Zijn personages leven armoedige levens in doffe uitzichtloosheid op het desolate Hongaarse platteland. Tarr toont ons het bestaan ontdaan van alle franje en nodigt zijn kijkers uit tot mededogen.

Damnation behoort met Sátántangó en Werckmeister Harmóniák tot een trilogie die tot stand kwam in samenwerking met de Hongaarse schrijver en scenarist László Krasznahorkai. Alle drie de films zijn op te vatten als commentaar op de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving; onverwachte, bedreigende ontwikkelingen blijken het dierlijke in de mens omhoog te brengen en doen de onderlinge solidariteit in een besloten gemeenschap snel teniet.