Heerlen Ondergronds: schuilen onder het Van Grunsvenplein

Heerlen heeft nog heel wat geheimen te onthullen… Vele daarvan liggen recht onder je voeten, verborgen en vergeten. Met Heerlen Ondergronds nemen dichter Merlijn Huntjens en filmmaker Rick Jacops je mee naar beneden. Zo wist je vast niet dat er een enorme schuilkelder voor 15.000 (!) Heerlenaren recht onder het Burgemeester van Grunsvenplein ligt? Bekijk de video, lees verder en duik in de ondergrondse geschiedenis van Heerlen.

De Koude Oorlog duurde bijna een halve eeuw en er viel wonderbaarlijk genoeg geen enkele bom. Jongere generaties kijken terug op een periode van ogenschijnlijke vrede tussen de Tweede Wereldoorlog (1945) en de val van de Berlijnse muur (1989). Die muur en het IJzeren gordijnen laten nog belletjes rinkelen, maar verder zijn de spannende Koude Oorlog en haar verborgen erfenissen zwaar onderbelicht. Ook als dat een enorme schuilkelder is, pal onder de binnenstad van Heerlen waar dus zo’n 15.000 mensen konden schuilen na het afgaan van een atoombom.

Die schuilkelder is desondanks bij vrijwel iedereen bekend. Bewust of onbewust. Je parkeert er je auto als je naar het theater gaat, Q-Park Theater Heerlen. Deze ondergrondse parkeergarage heeft twee lagen, waarvan de onderste volledig is ingericht als schuilkelder tegen een atoomaanval. Vlak na de Tweede Wereldoorlog hield men nog rekening met conventionele bommen, maar in de jaren vijftig verschoof de angst naar een atoombom en dat was niet geheel onterecht.

Totdat de bom valt
De dreiging dat ‘de bom’ zou vallen, was er wel zeker. In 1952 werd de landelijke Bescherming Bevolking (BB) opgericht. In Heerlen zat de lokale commandopost op de Heerlerbaan. De BB verspreidde in 1961 een indringende publicatie onder alle Nederlanders: Wenken voor nood en bescherming voor uw gezin en uzelf. Hierin stonden de verschillende signalen van de sirenes uitgelegd en wat je moet doen na een aanval met een radioactieve bom (atoombom), als je je binnenshuis of buitenshuis bevond. In principe werd erop ingezet dat de meeste mensen thuis schuilden. Was je onderweg, dan waren er openbare schuilplaatsen zoals die onder het Burgemeester van Grunsvenplein.

Onder het Burgemeester van Grunsvenplein
De overheid was sinds de Tweede Wereldoorlog bezig met het inrichten van schuilplaatsen. In de eerste periode werden er schuilplaatsen voor 50 of 100 personen gebouwd, die nog niet geschikt waren voor fall-out bescherming. Het werd gaandeweg duidelijk dat kostbare bouwprojecten als schuilkelders alleen ‘in combinatiebouw’ konden plaatsvinden, dus als onderdeel van bestaande nieuwbouwplannen. De schuilkelder onder het Burgemeester van Grunsvenplein is hier een mooi voorbeeld van. Er werd een parkeerplaats gebouwd en de verdieping eronder werd schuilkelder. Met een capaciteit van 15.000 mensen is het een van de grootste van Nederland.

Fall-out
De schuilkelders waren ingericht om mensen te beschermen tegen de zogenaamde fall-out, dat is de radioactieve neerslag die vrijkomt bij een kernaanval. Was er fall-out in Heerlen, dan ging het nu nog beroemde luchtalarm af en werden er bij de schuilplaatsen grote gele borden met daarop een zwarte ‘S’ geplaatst. Eenspeciale gasdeur gaf toegang tot de luchtsluis. Om de lucht in de schuilkelder schoon te houden, zorgden apparaten voor een constante overdruk en voor veilige luchtverversing. Binnen waren er douches, droogclosetten (wc’s) en bedden. Er was een rantsoen opgeslagen, zodat iedereen wat te eten had. De kelder was erop ingericht dat je er twee tot drie dagen kon verblijven, tot de ergste radioactiviteit was afgenomen.

Met de kennis van nu lijkt de schuilkelder volledig ontoereikend als het gaat om bescherming tegen een atoombom. Heerlen had rond 1970 zo’n 75.000 inwoners en als je de schuilkelder wist te bereiken en de fall-out wilde uitzitten tot een acceptabel niveau, zou je er wekenlang moeten blijven. Gelukkig zijn we hier nooit kwaadschiks achter hoeven komen en is de schuilkelder nu een bijzonder onderdeel van ons erfgoed uit een verborgen verleden.

Tekst: Leonie Kohl
Foto's: Luc Lodder